header image

Bijen in de verdrukking

door Chris Simoens

De saga van onze veelgeplaagde zoemende helden

Regelmatig duiken in het nieuws onheilsberichten op over de honingbijen. Blijkbaar sterven ze bij bosjes. Hoort weldra het ijverige gegons van de honingbij op een lindebloesem definitief tot het verleden? Of is het tij nog te keren, en kunnen we als gewone burger een steentje bijdragen? We proberen een en ander duidelijk te maken.

Als dit nummer verschijnt, komt de lente al voorzichtig in het vizier. Dan zal menig imker met bonzend hart zijn bijenkasten besluipen om toe te zien of er nog bijen uitvliegen. En op een zachte dag zal hij vol spanning zijn bijenkasten openen om te kijken of de bijen in goeden doen de winter overleefd hebben.

Elke winter sneuvelen bijenvolken. Voor 1980 was dat zo'n 5%. Met de komst van de varroamijt tijdens de jaren 1980 - een hardnekkige parasiet (zie verder) - hield men rekening met 10 a 17% bijensterfte na de winter. Maar sinds ongeveer 1994 komen in Europa regelmatig wintersterftes voor van 30%. Dit is dramatisch te noemen, maar het betekent niet dat men geen bijen meer kan houden. Wel moet men zijn bijen van nabij opvolgen: ervoor zorgen dat ze voldoende voedsel (nectar en stuifmeel) hebben en sterk staan, ze keurig behandelen tegen de varroamijt... Maar de imker heeft niet alles in de hand. Elke winter weer blijft het bang afwachten.

De Verenigde Staten hebben nog meer te lijden dan Europa. In sommige streken van de VS verloren de imkers in 2006 gemiddeld 73% van hun bijenvolken.

Zelfs de best boeren imkers verloren toch 25% van hun volken. Terwijl men het in Europa over de 'verdwijnziekte' heeft - de bijenkast blijkt verlaten in de lente - spreekt men in de VS over Colony Collapse Disorder (CCD), de instorting van bijenvolken. Ogenschijnlijk gezonde gonzende bijenkasten zijn op enkele weken tijd volledig verlaten, vaak nog voor de winter intreedt.

Speurtocht in het duister

Bijen zijn zeer complexe organismen. Dit maakt het niet eenvoudig de ware toedracht van de ziekte te achterhalen. Verschillende mogelijke oorzaken werden met de vinger gewezen, maar steeds bleek de evidentie niet overtuigend. De verdachte genetisch gemodificeerde insectresistente maïs wordt in de Verenigde staten Nebraska en Indiana veelvuldig aangeplant. Maar net deze staten hebben totaal geen last van CCD. Zowel de zendstations van draagbare telefoons als de zendmasten voor mobieltjes verstoren het oriëntatievermogen van bijen, maar enkel als de bijenkasten dicht in de buurt staan. De schimmel Nosema cerana is weliswaar aan een opmars bezig, maar was al in de VS aanwezig lang voor de grote bijensterftes vanaf 2006. Of had men met het Israeli acute paralysis virus eindelijk de dader te pakken? Onderzoekers vonden dit virus in bijenvolken die in de VS aan CCD waren ten onder gegaan. Alleen was dit virus afkomstig uit Australië, dat zelf nauwelijks te lijden heeft onder CCD! Blijkbaar is het ondoenbaar een enkele oorzaak te willen aanduiden, er zijn er meerdere in het spel. We zetten de voornaamste op een rijtje.

Varroa

De grote plaag van de bijenteelt is de varroamijt, een klein, achtpotig diertje. Tijdens de jaren 1980 overspoelde deze taaie parasiet België en Nederland. Sindsdien is geen enkel bijenvolk in de lage landen vrij van varroa. De imker ziet zich verplicht zijn bijenvolken te behandelen, wil hij ze behouden. Overleving 'in het wild' is nauwelijks mogelijk. Aanvankelijk leefde de varroamijt samen met Apis cerana, de Aziatische bij, zonder dat deze grote hinder ondervond. De mens heeft echter Apis mellifera, de Europese honingbij, in het leefgebied van de Aziatische bij binnengebracht. Met als resultaat dat varroa ook bij de Europese honingbij ging inwonen. Jammer genoeg had de Europese bij heel wat minder verweer tegen de parasiet dan zijn Aziatische verwant. En zo heeft varroa zich geleidelijk over de hele wereld verspreid.

De bestrijding is niet evident. Scheikundige geneesmiddelen leiden vrij gemakkelijk tot resistentie van de mijten. Bovendien verzwakken ze de koningin en onderdrukken ze de spermaproductie van darren. Tegenwoordig probeert men het met meer biologische middelen zoals thymol, dat etherische oliën van tijm bevat.

De varroamijt heeft de bijenvolken duidelijk verzwakt. Varroamijten volgen de bijenlarve in haar cel, en zuigen er haar 'hemolymfe' (bloed) op. Met een enkele parasiterende mijt verliest een bijenlarve al 5 a 10% gewicht! Ook bij volwassen bijen zuigt varroa hemolymfe op. De mijten prikken hiervoor een gaatje in hun harde pantser. De wonden zijn wijd open deuren voor ziekteverwekkende bacteriën, virussen en schimmels. Uit onderzoek blijkt inderdaad dat honingbijen - ook de gezonde - overal zwaar gebukt gaan onder tal van ziektekiemen.

Pesticiden en medicamenten

Vooral in het verleden heeft de landbouw rijkelijk pesticiden gesproeid, stoffen die gericht planten, insecten of schimmels doden. Tegenwoordig is men zich meer bewust van de schadelijke effecten, ook voor bijen. Daarom krijgen landbouwers een strikte gebruiksaanwijzing mee met hun pesticiden: niet spuiten tijdens de bloei, en dergelijke. Een correcte opvolging van de gebruiksaanwijzing verkleint alvast het risico. In de jaren 1990 kwamen nieuwe insecticiden in zwang, de neonicotinoiden. Ze brengen de communicatie via de zenuwcellen in het insect in de war. Onder merknaam Gaucho werden ze in Frankrijk vanaf 1994 massaal ingezet bij zonnebloemen. Sindsdien gingen de bijen dood. In 2001 bleven er van de 1,5 miljoen bijenvolken slechts 1 miljoen over. Boze imkers wezen Gaucho met de vinger. Na hevige protesten verbood Frankrijk Gaucho, andere Europese landen volgden. Maar de bijensterftes kwamen hiermee niet tot een einde!

Verstoring van het organisme

Toch is Gaucho zeker niet van alle schuld vrij te pleiten. Het insecticide mag dan al in zeer geringe mate in het stuifmeel aanwezig zijn, ook dergelijke lage dosissen hebben hun 'sublethale' effecten. Met andere woorden, ze zijn niet meteen dodelijk, maar verstoren wel het organisme. Bijen raken versuft en gedesoriënteerd, ze vinden minder makkelijk hun bijenkast terug. Maar ze recupereren wel. Wat is het effect van het voortdurend consumeren van superkleine hoeveelheden gif? Dat is onvoldoende onderzocht. In het overtollige vocht dat planten in de vroege ochtend naar buiten persen, zitten wel zeer hoge concentraties aan pesticiden. Maar vliegen de bijen zo vroeg al uit en drinken ze van dit vocht? Het volstaat niet een enkel pesticide aan te duiden. Scheikundige stoffen versterken namelijk elkaars ziekmakende werking: een mengeling van scheikundige stoffen is schadelijker dan de optelsom van de individuele stoffen. Een mooi voorbeeld is Procure, een schimmeldoder gebruikt bij pompoen en courgette. Vermeng je Procure met een neonicotinoide, dan stijgt het dodelijk effect op honingbijen met meer dan 1000!

In ons welvarende Westen leven bijen in een milieu dat doordrenkt is met een cocktail aan scheikundige stoffen

Dit is niet alleen te wijten aan de landbouw en onze vervuilende industrie en wagens. Ook 'gewone burgers' willen vaak een kraaknet tuintje zonder enig sprietje onkruid. En ontzien daarbij de gifspuit niet. Bijen nemen bovendien gemakkelijk scheikundige stoffen op. Vooral in de wasraten kunnen gifstoffen jarenlang opgestapeld blijven, onder meer ook de medicamenten tegen varroa. De conditie van de bijen lijdt hier onmiskenbaar onder.

Karig voedselaanbod

Een derde grote oorzaak is het gebrek aan bloemen, de voedingsbron voor bijen. Menig imker in de lage landen denkt met heimwee terug aan de heerlijke tijden- toen tarwevelden prachtig gekleurd werden met wonderblauwe korenbloemen, of de weiden gezegend waren met een menigte paardenbloemen. Maar verplicht om mee te doen met de race naar grootschaligheid en efficiëntie, moet een weide tegenwoordig in de eerste plaats gras leveren en een korenveld granen. Elke teelt is een keurige monocultuur geworden. Daardoor is het platteland voor bijen veelal een woestijn van gras, groenten en granen. Het karige voedselaanbod leidt tot een sluipende ondervoeding en verzwakt de bijen. Als imker dien je dus na te gaan of er in de omgeving van je bijenkasten voldoende voedsel te vinden is. Bijvoeden met een eiwitrijk voeder is echt wel een noodoplossing, en dan enkel voor beroepsimkers.

Grootschaligheid in de VS

We stipten al aan dat er meer bijen sterven in de VS dan in Europa. Dit lijkt het gevolg van de wel erg grootschalige beroepsimkerij. Amerikaanse imkers reizen met grote trucks, volgestapeld met duizenden bijenkasten, van boomgaard naar boomgaard. Vooral de amandelboomgaarden in Californie zijn nefast voor de bijen. Deze Staat met mediterraan klimaat had in 2007 82% van de wereldmarkt van amandels in handen. Amandels zijn er goud waard. En samen met de amandels de bijen. Amandelbomen hebben immers 100% bestuiving nodig, en alleen honingbijen kunnen het werkje efficiënt uitvoeren. Maar dan wel ten koste van hun conditie. Amandelbomen bloeien vroeg in het jaar, al in februari. Op dat moment hebben bijenvolken - in hun natuurlijke ontwikkeling - nog onvoldoende haalbijen om de amandelbloesems te bevliegen. Daarom worden de bijen vanaf november bijgevoederd en warm gehouden, opdat ze al in februari op zomersterkte staan. Bovendien zorgt alleen het stuifmeel van een andere boom voor een efficiënte bestuiving. En je kunt de bijen alleen dwingen om van boom tot boom te vliegen als ze massaal aanwezig zijn. Alleen dan vinden ze de meeste bloemen bezet, en moeten ze wel uitwijken naar andere bomen. Het resultaat is dat bijen zich te pletter vliegen voor een uiterst schraal, eenzijdig dieet. Want ze vinden enkel amandelbloesem, andere bloemen zijn er niet.

Bijenlarven, uitsluitend gevoed met het onvolwaardige amandelstuifmeel, groeien uit tot verzwakte bijen. En als de amandelbomen uitgebloeid zijn, vertrekken de volgeladen trucks naar een andere 'moordkuil', bijvoorbeeld bloeiende sinaasappelboomgaarden. Ook het gebruik van antibiotica voor de bestrijding van de Amerikaanse vuilbroedbacterie kan een elementje zijn in de optelsom van ondermijnende factoren. Antibiotica doden de goedaardige bacteriën in de bijendarm die het immuunstelsel versterken. In Europa zijn antibiotica in de bijenteelt verboden.

Stressfactoren

Het moge duidelijk zijn: de lijst aan stressfactoren is lang. Deze factoren verzwakken de bijen dusdanig dat een kleine extra stress volstaat om hen te gronde te richten. Overigens zagen we enkele meer en minder recente belagers over het hoofd: de kleine kastkever, de tracheemijt, schimmels, Afrikaanse 'killer'-bijen... Ook klimaatverandering kan het de bijen lastiger maken. En we weten het: veel factoren versterken elkaar, niet alleen scheikundige stoffen. Zo vormt varroa samen met een bepaald virus en bacterie een uiterst dodelijke cocktail. En wie weet welke ongekende exotische ziekteverwekkers klaar zitten om mee te reizen met een of ander transport? In Borneo leeft een vliegje dat de larven van binnenuit aanvreet. Vanuit China is de Aziatische hoornaar al in 2004 in Frankrijk aangekomen, een agressieve dikke wesp.

Bijenvriendelijke landbouw

Alle oorzaken hebben zonder enige uitzondering te maken met de naoorlogse evolutie naar grootschaligheid en globalisering. Bijenvolken, koninginnen en voeding worden van hot naar her getransporteerd, en dragen parasieten met zich mee. In de landbouw ligt de nadruk op zoveel mogelijk produceren met zo weinig mogelijk kosten. Grootschaligheid is een must, wil men meekunnen met de race. Monoculturen hebben de voorkeur, alleen zijn ze extra gevoelig voor plagen en ziektes. Daarom zijn in de gangbare landbouw pesticiden onmisbaar. Ook onkruid is een concurrent. Vaarwel dus bloeiende paardenbloemen en korenbloemen. Men selecteert enkel productieve bijenrassen, en verliest weerstand tegen ziektes uit het oog. Vooral in de VS worden bijen letterlijk uitgeperst, lang kan dit niet worden volgehouden. Het systeem van ongebreidelde groei moet herzien worden. We hebben nood aan een minimum aan solidariteit, met de natuur en met de medemens, alleen al uit eigenbelang.

In een bijenvriendelijke ('geïntegreerde') landbouw wordt het gebruik van pesticiden zoveel mogelijk vermeden. De zuivere monocultuur is er doorbroken met lapjes natuur: een rand met wat bloemen, een heg of houtkant, weiden waar wilde planten en broedvogels een kans krijgen. Tussen de eenjarige gewassen kunnen bomen of struiken aangeplant worden, die ook hun (economisch) nut hebben: hout, vruchten... Parken en bedrijfsterreinen worden best natuurlijk beheerd - zonder pesticiden en wegbermen moeten een kans krijgen. Onderzoekers dienen op zoek te gaan naar weerbare bijenrassen, die beter kunnen samenleven met varroa. En die rassen bestaan, al zijn ze misschien minder productief.

Wat kun je zelf doen?

Ook als 'gewone burger' kun je een steentje bijdragen. Wil je zelf bijen kweken? Neem dan contact op met een imkervereniging. Onderaan vind je een paar websites. Maar ook zonder bijen te houden, kun je helpen. In onderstaand kader vind je een aantal tips. Niet alleen je komkommer, paprika, tomaat, pompoen en courgette zullen wel varen met al die bestuivers in je tuin, ook de natuur in zijn geheel!

Besluit

De definitieve teloorgang van de honingbij is niet voor morgen. Wel moet de mens zijn verhouding met zijn natuurlijke omgeving dringend herzien. Hij is nu eenmaal niet de meester, maar is via tal van onzichtbare draden van afhankelijkheid met zijn milieu verbonden. Stilaan knipt hij onwetend meer en meer draden door. Met welk gevolg? Tweederde van alle plantensoorten hebben de bijenfamilie nodig voor hun voortplanting. En 87 van de 115 belangrijkste gewassen vormen geen vruchten, noten of zaden zonder bestuiving. Natuurlijk zijn er nog de granen en sommige noten en fruit die geen bestuiving nodig hebben. Maar verkiezen we een karig menu?

Vrijwel alle culturen hadden een bijzondere verering voor de bijen: Maya's, Kelten, Indiërs... Meer nog, ze zagen in hen rechtstreekse afstammelingen van God en de goddelijke wereld. Vandaag is, vooral in het Westen, geen sprake meer van enige sacrale betekenis. En het ene probleem stapelt zich op het andere: klimaatverandering, verlies aan biodiversiteit, vergiftiging van het milieu, verwoestijning... We kunnen als enkeling niet het hele systeem veranderen, maar wel consequent ons eigen steentje bijdragen. Hoe was het weer? Alleen de hoop bleef in de doos van Pandora achter. Met die hoop doen we wat mogelijk is. En volgen we het voorbeeld van de bijen, onze zoemende helden, symbolen van liefde, wijsheid, ijver en doorzetting.

Bron: Spiegelbeeld - maart 2011

De grootste Nederlandse en Vlaamse imkervereniging:
Nederlandse Bijenhoudervereniging: www. bijenhouders.nl
Koninklijke Vlaamse Imkersbond: www.konvib.be

Kortgeleden is van Chris het boek "Tranen van de zon'" uitgekomen. Dit boek beschrijft de betekenis van bijen voor de mensheid en de huidige crisis.

Tranen van de zon schetst op levendige wijze het leven van de bij. De auteur laat zien dat bijen van levensbelang zijn voor de mens, gaat in op de huidige bijencrisis en geeft tips hoe je de bijen kunt helpen overleven.

Tranen van de zon gaat vervolgens op zoek naar symboliek van de bijen in mythen en godsdiensten. De zoektocht wordt een boeiende verkenning van religieuze en esoterische denkbeelden van de mens. Ook vandaag nog blijft het leven van de bijen, ontdaan van alle mythe, een mysterion. Want bijen verzamelen niets anders dan druppels gestold zonlicht - tranen van de zon - die ze verwerken tot de genezende honing. Bijen moéten hun onmisbare bevruchtingswerk op aarde kunnen blijven doen en zo de herinnering levend houden aan de Zon achter de zon.

Bijen zijn onmisbaar voor het voortbestaan van de mensheid

Chris Simoens heeft via zijn vader en grootvader een band met bijen gekregen. Gedurende vier jaar was hij werkzaam in het Informatiecentrum voor Bijenteelt aan de Universiteit Gent. Daar verzamelde hij gegevens over de betekenis van de bijen bij de verschillende culturen.